Vijftien jaar oud was ik toen mijn eerste depressie een feit was. Ik was tot die tijd altijd al een kind geweest met vrolijke en verdrietige kanten. Maar die dag dat ik op de trap bij mijn ouders thuis niet kon ophouden met huilen, staat nog voelbaar in mijn geheugen gegrift. Mijn vader werd steeds bozer, toen ik zei dat ik niet wilde leven. Pas veel later snapte ik dat het onmacht was, dat mijn ouders niet wisten wat ze moesten doen en hopeloos toekeken hoe hun dochter, zonder enige reden, zo intens ongelukkig was. Ik heb geen vreselijke jeugd gehad, juist niet. Heb geen traumatische ervaringen mee hoeven maken. Het leven was voor mij gewoon heel zwaar zoals het was.

Vanaf dat moment werd depressie een deel van mijn leven. Langzaam sloop het in mijn lichaam en begon het door mijn aders te stromen. In mijn pubertijd veranderde ik van het meisje met de Mickey-Mouse-trui die achter in de klas probeerde onzichtbaar te zijn, in een rebelse puber. Ik was erg beïnvloedbaar en prikkels kwamen en komen altijd maximaal bij me binnen. Hoog sensitief is het woord wat daar bij past, maar tot voor kort had ik er nooit van gehoord en voelde ik mij vooral ‘anders’.

Ik zocht het uiterste op. Spijbelen, foute vrienden, dat soort dingen. Later ging ik drugs gebruiken omdat ik dan wel het tempo van de maatschappij bij kon houden en me wel, voor heel even, gelukkig voelde. Of niks hoefde te voelen, het is maar net hoe je het bekijkt.

De depressie won altijd

Nog later ging ik op in mijn werk, nam extreme projecten aan. Maar uiteindelijk won depressie het altijd. Ik vond een manier om er mee te kunnen leven. Extreem genieten, heel hard werken, veel leuke dingen doen in korte tijd. Want de depressie kon immers ieder moment in vol ornaat de regie overnemen. Hoe vaak ik niet heb gedacht: “hé, ik voel me best oké, dan moet ik nu met vrienden afspreken, want morgen zal het zwarte monster wel weer binnen komen scheuren”. Uiteindelijk viel ik steeds weer in een groot zwart gat. Werd steeds meer afhankelijk van het UWV, vrienden vertrokken en eenzaamheid omarmde mij. 

Ik heb heel veel hulp aangenomen. Psychologen, psychiaters, antidepressiva, nog meer instanties. Maar de hokjes waar ik in werd geplaatst klopten niet. Ik zakte steeds meer weg en voelde me onbegrepen. Depressies kwamen vaker en duurden langer, ik leerde om op standje overleven te staan. Maar genieten van kleine dingen en gewoon meegaan in de maatschappij ging me steeds slechter af.

Toen ik voor de zoveelste keer mijn baan verloor adviseerde iemand van het UWV mij om eens naar Inge te gaan. Ze begreep me enigszins, uit ervaringen uit haar directe omgeving herkende ze mijn verhaal, mijn struggles. Ik was zo verbaasd dat ik dus blijkbaar niet de enige op deze aardkloot was die zich zo voelde zonder aanwijsbare redenen.

Anders dan ik verwachtte

Ik gaf het een kans, maar sceptisch was ik wel toen ik, in het kantoor van Saisi, kennis maakte met Inge. De kleurrijk ingerichte kamer met frutsels en klei was in ieder geval niet wat ik verwachtte. Ik verwachtte toch weer een steriel ingerichte kamer met een bank en een klok aan de wand, waar ik me voor een uur lang in woorden kon proberen uit te drukken wat mij bezielde.

Iets opvallends gebeurde vrijwel meteen. Ik ging niet met tegenzin naar de sessies, verzon geen smoesjes om maar niet te hoeven gaan. Dit verraste mij. Ik ging gewoon.

Inge is voor mij een persoon die niet al schrijvend luisterde naar mijn verhaal om vervolgens een diagnose te stellen en er desnoods een pilletje in te stoppen.

Bij Inge is het anders. Het draait om mij. Geen hokjes, geen duidelijk doel, gewoon stap voor stap al kleiend werken aan mezelf. Mezelf begrijpen, authentiek durven zijn, voelen wat je voelt en accepteren dat dit zo is. Proberen te begrijpen waardoor ik me zo voel. Ik hoef geen traumatische toestanden te hebben meegemaakt om te zijn wie ik ben. Ik verdien er om te zijn en verdien het om een beter leven te mogen hebben. De eerste sessies snapte ik echt niet wat ik aan het doen was. Hoe ging dit hompje witte klei mij nou helpen? Ik vond het maar vaag en waar bleven de handvatten?

De Davis®-methode is een manier van werken die je dwingt het tempo laag te houden. Omdat je met je handen beeldvorming geeft en opdrachten kleiend uitvoert, kun je immers niet ergens overheen walsen. Je dwingt jezelf om tijd, aandacht en zo emotie toe te laten. De eerste 2 maanden waren enorm frustrerend voor mij. Ik moet sneller, ik voel me nog niet beter, ik voel me geïrriteerd en ik snapte het niet. Ik brokkelde nog meer af en toen kwam het keerpunt. 

Ik kan het het beste omschrijven als een puzzel waar stukjes van ontbreken, kapot zijn en hierdoor de puzzel niet langer compleet is. En je de gebroken puzzelstukjes lijmt of wegdoet en opnieuw maakt. Langzaam bouwde ik mijn eigen puzzel, mijn eigen identiteit, weer op. Soms ging dit voorspoedig en nog vaker niet. Gebeurtenissen kregen een plek, trauma’s werden verwerkt, oude patronen liet ik los. Ik kon steeds meer vorm geven, letterlijk, aan wat er in mijn hoofd speelt. 

Ik begon het langzaam toe te laten en te begrijpen. Alles wat ik voel en denk komt door een reden. Ik voel me thuis en welkom bij Inge. Niks moet, geen haast, geen oordeel. Een compleet nieuwe ervaring en een eye opener. Ik hoef geen masker op te zetten en de tranen vloeien regelmatig rijkelijk. Door de onderwerpen komen er ervaringen aan bod, of gedachtes die ik leerde te veranderen of aan te gaan. Zo flip ik niet meer om het minste of geringste. Iets wat ik vaak deed, als ik bijvoorbeeld mijn sleutels kwijt was. Ook laat ik me niet meer negatief beïnvloeden door het weer. Iets wat bij mij altijd van grote invloed is geweest. Zo vertelde Inge me dat ik eens kon proberen met mijn peuterkind door de regen te gaan wandelen en in de plassen te stampen. Ik verklaarde haar voor gek, maar deed het en weet je wat? Ik ging niet dood, er gebeurde niks naars, het was zelfs leuk! 

Ik kan niet zo goed uitleggen wat het met me doet, maar ik leer mijzelf erg goed kennen en accepteer dat ik ben wie ik ben. Dat het niet mijn schuld is dat ik me zo voel, dat de depressie er mag zijn, maar niet de overhand mag hebben.

Depressievrije winter

Ik ben eerlijk als ik zeg dat ik niet in een depressievrij leven geloof, maar weet dat ik haar op afstand kan houden en kan temmen. Zo heb ik voor het eerst in 22 jaar !!!!!!!! een depressievrije winter ervaren. Ik ben afgelopen winter doorgekomen zonder intens ongelukkig te zijn. Natuurlijk had ik slechte dagen en die mogen er zijn. Ik merk dat mijn manier van denken is veranderd. Begrijp me zelf veel beter en kan dus ook tijdig inspringen op negatieve emoties of gedachtes. Als er iets is, kan ik onbewust relativeren en pak ik het anders aan.

Ik kan mijzelf verbaal hierdoor ook veel beter uitdrukken. Hoef niet schreeuwen of met mijn armen te wapperen, maar kan de juiste woorden gebruiken.

Inge is voor mij een lot uit de loterij. Ik ben nog steeds mijzelf maar in een beter passend jasje. Ik ben weer gelukkig en durf te genieten van kleine dingen. Een boswandeling, mijn peuter, mijn gezin, stampen in de regenplassen. Cliché maar waar.

Ik heb bijna al mijn vrienden van toen verloren. Had nooit gedacht dat iemand mij in dit jasje, zoals ik nu ben, zou accepteren als vriendin.

Omdat ik nu ben wie ik ben, niet de nep vrolijke meid, maar een authentieke vrouw. Maar toch, nieuwe vriendschappen zijn ontstaan, ik kan zijn wie ik ben en dat geeft rust.

Sinds mijn vijftiende jaar had ik last van verschrikkelijke depressies, donker, duister en hels. Afgelopen jaar heb ik sinds 22 jaar mijn eerste depressieloze winter gehad. In plaats van weg te kruipen in mijn bed, de gordijnen dicht en één te zijn met mijn duistere gedachten, dans ik nu in de regen. Met een lach!

Terug naar boven…