Onderdelen

Het dyslexie-programma heeft vier hoofdonderdelen:

  • het aanleren van de basistechnieken van de Davis®-methode: oriëntatie, energiemeter en ontspanning. Lees meer over deze basistechnieken,
  • het oplossen van verwarring door letters en leestekens,
  • het oplossen van verwarring door woorden waar geen beeld bij ontstaat,
  • oogtraining, waardoor je ogen doen wat ze moeten doen tijdens het lezen.

Tijdsbesteding

Het programma duurt ca. 30 uur, verdeeld over sessies van 3 tot 6 uur per dag. Bij voorkeur wordt dit programma in ongeveer een maand gegeven. Dat betekent dus dat je meerdere sessies per week krijgt. 

Spellingsregels horen niet bij het dyslexie-programma, maar kunnen wel als aanvullende module aangeboden worden. Vaak verbetert door het dyslexie- programma al een deel van de spelling. 

Als je naast dyslexie ook dyscalculie of AD(H)D of autisme hebt, maken we een combinatie van de verschillende programma’s. Het programma voor dyslexie is ook geschikt als je laaggeletterd bent.

Inhoud

Het oplossen van verwarring op letters en leestekens:

Beelddenkers hebben een creatief brein die voor allerlei situaties oplossingen weet te bedenken. Je zou kunnen zeggen dat beelddenkers iets van alle kanten bekijken, waardoor ze soms tot bijzondere zienswijzen komen. Dit gebeurt ook bij het lezen. Als je letters te zien krijgt en je snapt niet wat je er mee moet doen, ga je vanzelf de letters van alle kanten bekijken. Dus bijvoorbeeld omdraaien, of op een andere plaats zetten, of door elkaar husselen. De aanpak die vaak tot mooie creatieve oplossingen leidt, leidt nu alleen maar tot verwarring. Want het helpt niet! Je gaat niet beter lezen als je letters door elkaar gooit. 

Vrijwel iedereen heeft op school geleerd hoe letters er uit zien. Als je dyslexie hebt, ben je dat vaak weer vergeten. En dat een b en een p iets anders zijn, is ook al vreemd. Een stoel blijft toch ook gewoon een stoel, ook al staat die op zijn kop op tafel? Waarom is dat dan met letters niet het geval? En de kans is ook groot dat je die kleine tekentjes in teksten (de leestekens) gewoon niet ziet. En als je ze al ziet, heb je er geen idee van wat je er mee moet doen of wat hun functie is.

Als je de basis-gereedschappen geleerd hebt, ga je de hoofdletters en kleine letters van het alfabet kleien. Daarbij kijk je goed hoe een letter er uit ziet. Daarna ga je deze letters eigen maken. Dit is een techniek die bij alle Davis- methodes veel gebruikt wordt.

Door het eigen maken, kom je er achter welke letters en leestekens jou in verwarring brengen en we heffen die verwarring op. Dit is een eerste stap op weg naar gemakkelijker lezen en schrijven, want je hoeft je niet meer af te vragen welke letter bedoeld wordt. 

Het oplossen van verwarring op woorden:

Elk woord heeft 3 eigenschappen: De betekenis, hoe het woord er uit ziet (hoe je het schrijft) en hoe het klinkt. Pas als je alle drie de onderdelen begrijpt, kun je het woord goed toepassen. Veel mensen die goed kunnen lezen, gebruiken de schrijfwijze om er achter te komen wat de betekenis is van een woord. Maar beelddenkers gaan direct naar de betekenis. En die betekenis zien ze alleen in plaatjes. Als er geen plaatje bij een woord is, kun je met dyslexie niet verder lezen. 

Voor veel woorden is het beeld wel duidelijk. Welk beeld komt in je op als je het woord “paard” ziet, of “boot”, “gitaar” of “huis”? Bij bijna iedereen popt er wel een beeld op in je hoofd. En welk beeld krijg je bij woorden als: “dus”, “toch”, of “of”? Waarschijnlijk geen beeld. En we hebben net gezien dat beelddenkers beeld nodig hebben om een tekst te begrijpen.

Deze woorden noemen we beeldloze woorden. We gebruiken deze woorden heel vaak. Ze zijn noodzakelijk voor onze taal. Je kunt je voorstellen hoe lastig het wordt om te lezen als je bij al deze woorden geen beeld kunt vormen. Dus de oplossing is om er voor te zorgen dat je wèl beeld bij deze woorden krijgt. En dus de betekenis begrijpt. Tijdens het Davis-programma leer je stapsgewijs hoe je een beeld bij deze beeldloze woorden kunt maken. Als je het beeld eenmaal hebt, maak je het geheel weer eigen (je voegt betekenis, schrijfwijze en uitspraak samen). Hoe meer beeldloze woorden je op deze manier eigen maakt, hoe gemakkelijker het lezen zal gaan. 

Tijdens het programma leer je de stappen aan hoe je tot een beeld bij deze woorden kunt komen. Maar niet alle woorden kunnen we gedurende het programma op deze manier aanpakken. Dit is dus iets wat ook thuis opgepakt moet worden. Hoe meer woorden je op deze manier eigen maakt, des te beter zal het lezen gaan. 

Oogtraining:

Een reden voor het verspringen van letters is dat de ogen bij het lezen niet netjes van links naar rechts gaan en telkens één regel verder springen. Om de ogen dit te leren krijg je oog-training. Dit gebeurt in 3 stappen. De eerste 2 stappen zijn gericht op het technisch lezen. De 3e stap geeft handvatten om te begrijpen wat er staat.

Lees hier hoe Charlotte het dyslexie-programma ervaren heeft.

Terug naar boven…